De hyprocrisie rond vleesvervangers

De hypocrisie rond kant en klare vleesvervangers.

Laat ik beginnen met stellen dat er niets mis is met minder of geen vlees eten. Los van ideologische of religieuze motieven is veeteelt 1 van de meest belastende vormen van voedselproductie. Het legt onevenredig beslag op beschikbare landbouwgronden, zowel voor begrazing als voor de teelt van het veevoer. De waterafdruk voor 1 kilo rundvlees ligt rond de 15.000 liter en tel daarbij alle koeienscheten en stront die we ook nog ergens kwijt moeten en het zal duidelijk zijn dat vleesteelt en milieu geen vrienden worden.

Dan, als je niet meer dagelijks vlees eet houd je een boel geld over om die resterende 2 of 3 keer per week beter vlees te eten. Wild, of vlees van biologisch gehouden koeien en varkens. Dit smaakt niet alleen een stuk beter dan het lapje uit de supermarkt, het is misschien zelfs grasgevoerd en heeft zeker een beter leven gehad. Wat weer een stuk prettiger eet. Voor de milieubelasting maakt het overigens niets uit of vlees van intensieve of kleinschalige vleesteelt afkomstig is.

Plantaardige dingetjes met de vorm en smaak van vlees?

Goed, je gaat dus minder (en hopelijk beter) vlees eten. Of misschien word je wel 100% vegetariër. Maar dan? Wat kook je op die 2, 3, 7 dagen zonder vlees? Vroeger, toen vegetarisme nog een soort religieuze cultus was aten vegetariërs veel, heel veel tofu, pompoen, gierst. Zonder de fijne recepten die we daar nu voor kennen trouwens. Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Het barst in de supermarkten namelijk van de kant en klare vleesvervangers. Plantaardige dingetjes met de vorm van vlees, productnamen die lijken op vlees en die in sommige gevallen pretenderen te smaken naar vlees. Ze duwen elkaar bijna de schappen uit. Komt nu mijn vraag en tevens bezwaar. Waarom zou je die rommel, ja echt, ik noem het rommel, eten?

Real food gaat niet op voor vleesvervangers

Flexi- en vegetariërs zijn over het algemeen bewuste mensen die hoog opgeven van hun manier van eten. Echte “real food” adepten. Pakjes, zakjes en andere processed rommel, daar haalt men de neus voor op. Geeft niets, zo ben ik ook.

Maar met het vlees uit zicht lijkt ook dat bewustzijn te verdwijnen. Best apart. Want zodra het gaat om hoogbewerkte soja en gepureerde lupine, op smaak gebracht met aroma’s, smaakversterkers en gistextracten om die begeerde vleessmaak maar te evenaren is ultra bewerkt eten ineens bon ton? Ik was namelijk behoorlijk onder de indruk van de ingrediëntenlijst op de achterkant van sommige vleesvervangers  en moest direct denken aan wat de “godfather of plantbased food”* altijd zegt. Namelijk: eet niets wat meer dan 3-5 ingrediënten op z’n verpakking vermeldt.

veganz

De eerste all vegan supermarkt in Portland, USA

Baas in eigen keuken

Dus ik vind er wat van. Hoewel ik begrijp dat het lastig is, zeker als fulltime vega, om je receptendatabase te upgraden naar plantaardig voedsel. Toch zijn er prachtige vegetarische kookboeken en boeken met veel mooie plantbased recepten. En dan heb ik het niet over de eeuwige salade geitenkaas, maar gewoon culinair lekkers. De geweldige salade van gegrilde bloemkool, oude kaas, druiven uit Ottolenghi bijvoorbeeld is een meer dan volwaardige maaltijd. Of is je kookpatroon aanpassen te ingewikkeld en eet je liever een geknutseld product? Ik wist t wel. Baas in eigen keuken, ook tijdens de vleesvrije dagen.

* Michael Pollan

Deze column verscheen eerder op Fabmagazine.nl

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s